Longeren of slingeren ?

Slinger jij je paard in het rond. Of ga je meer zoeken in de diepte en zoeken naar verschillen en verbeteringen?

Longeren doen we allemaal maar vaak is het een training die we inzetten wanneer we weinig tijd hebben of wanneer we geen zin hebben. En om het paard los te gooien is het ook ideaal “denken we.“ Herken jij het ook ? Omdat we al motivatie missen slingeren we het paard gauw wat rond. De warming up bij longeren schiet er nog gemakkelijker bij in dan bij andere trainingen. En dan word het gauw saai voor de ruiter en blessure gevoelig voor het paard.

Oei wat nu?

Vroeger hoorde ik heel vaak zeggen “ goed longeren is een kunst .” En terecht.
Longeren duurt vaak maar 20 tot max 30 minuten en je kunt met verschillende doeleinden longeren.
Zoals:
– Paard op gaan leiden voor het werk onder het zadel
– conditie verbeteren in 3 gangen
– paard horizontaal en verticaal in balans gaan brengen
– training waarbij het paard geen gewicht moet dragen van een ruiter
– grondwerk gevoeligheidscirkels verbeteren is in feite net hetzelfde al je paard actief maken voor je been
– Cavaletti werk om de benen beter te leren optillen

En al deze verschillende trainingen binnen het longeerwerk hebben als resultaat dat je de links rechts verschillen leert kennen van je paard. Je leert je paard tot in detail kennen en je leert zien hoe jouw paard precies beweegt.

Eerst gaan we het hebben over het harnachement dat we gebruiken tijdens het longeren.

We kunnen gebruik maken van een trainingshalster een hoofdstel of een kaptoom. Mijn voorkeur gaat uit naar de kaptoom. Omdat de longeerlijn rechtstreeks aan het bit vast maken niet gewenst is. Alle druk komt aan 1 zijde aan het bit te hangen en als ze eens gek doen dan krijgen ze een ruk in de mond. Ik houd de mond graag zo lichtgevoelig mogelijk. We combineren vaak met een longeersingel waar je rekbandages aan kunt maken die langs de achterhand doorgaan voor het bewuster worden van de achterhand.

Er word ook nog steeds gelongeerd met hulpteugels en dan hebben bijzetteugels of een longeerhulp mijn voorkeur. Hulpteugels worden in mijn beleving niet gebruikt om het paard in een houding te dwingen dit heeft absoluut niet mijn voorkeur. Maar wanneer de hulpteugels in een lange stand worden gebruikt en uitnodigen voor beter rug gebruik dan kan dit het paard helpen bij het leren aannemen van een contactteugel. Ik vind dat je dit per individu best bekijkt of het noodzakelijk is of niet.

Als longeerzweep maak ik graag gebruik van een menzweep deze zijn lichter in de hand en fijner in het toucheren of aanwijzen met een hulp.
Wanneer ik vanop een korte afstand mijn paard beleid dan gebruik ik een kort dressuur zweepje.
En een longeerlijn natuurlijk van een zachte kwaliteit die fijn in de hand ligt. Ik maak hier altijd op bepaalde plaatsen knopen in omdat ik dan fijner met ophoudingen kan werken net als in het rijden.

Ok kunnen we aan de slag?

Of nee, is er misschien toch nog een voorbereiding die je eigenlijk helpt bij het longeren?
Een longeerpiste natuurlijk. Is een afgebakende rond cirkel genoeg ?
Nee we gaan in de cirkel ter hoogte van de 2 de hoefslag een kleinere perfect ronde volte tekenen met onze voet in het zand. Deze lijn gaan we gebruiken als leidraad in onze longeertraining.

De positie die  het paard aanneemt is aan de buitenzijde van de lijn die we eerder hebben getekend en onze positie is om te beginnen op ongeveer een 1,5 m aan de binnenzijde van de getekende cirkel.

Ok nu kunnen we aan de slag.
Vandaag gaan we het hebben over paard verticaal en horizontaal in balans brengen aan de longe.
En we leiden het paard voorwaarts rond op de volte. En gaan eerst eens observeren als we de volte rond stappen. Wat zien we dan ? Waar valt het paard naar binnen en waar valt het paard naar buiten? Zonder lijn zouden we ons hier niet bewust van zijn. Pas als het paard het uitvergroot zou laten zien dan zien we het wel duidelijk.

Maar om te beginnen gaan we het simpel houden. En werken we met kleine aanwijzingen.

– Als het paard naar binnen valt dan wijzen we met ons kort stokje de voorhand terug naar buiten. Op het moment dat het binnenvoorbeen naar voren stapt .
– Valt het paard naar buiten dan maken we een ophouding naar ons toe op het moment dat het buitenvoorbeen een pas naar voren doet en we vragen de voorhand meer naar binnen.
– De bedoeling is om in begin je paard uit te leggen waar hij moet lopen en als hij goed stapt steeds minder te gaan ingrijpen. Door dit goed te begeleiden gaat het paard steeds beter in balans op de volte gaan lopen.
– Willen we vragen aan het paard om de buiging van de volte beter aan te nemen dan wijzen we naar de buik op het moment dat het binnenachterbeen naar voren komt. Je zegt letterlijk tegen de buik maak je eens hol. In begin zul je dit vaker moeten vragen.
– Om de achterhand actiever te maken en beter te laten ondertreden dan gaan we een aanwijzing richting het binnenachterbeen geven op het moment dat het binnenachterbeen een pas naar voren maakt.

Je kunt de afstand gaan vergroten als je paard op de aanwijzingen in balans goed blijft lopen. En je kunt het in principe in alle gangen goed gaan oefenen maar om te beginnen zul je merken dat het in stap en draf al een hele kunst zal zijn.
En een begin in de eerste stappen van het longeerwerk is gemaakt.
Veel succes
Oona

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: