Is jouw training logisch opgebouwd?

75 % van de ruiters heeft geen plan alvorens ze gaan rijden en dit elke dag keer op keer.
Ze stappen 5 min rond nemen dan hun teugels op maat gaan over in draf en dan moet het er allemaal uit komen. Maar wat als het nu eens veel efficiënter kan?

Jij verzameld info tijdens je trainingen die je wegwijs maakt waar jij mee aan de slag moet gaan.
En dit in je trainingsuurtje dat je logisch gaat opbouwen in blokken die vloeiend in mekaar overgaan. Helemaal  aangepast aan je paard. Want je paard verteld jou wel hoe het gaat.

Hoe het was.

Ik was ook zo, ik trainde vaak en regelmatig en deed altijd goed opwarmen maar de logica van een training opbouwen miste ik wel. Ik deed elke keer het zelfde riedeltje nalopen. Waardoor het saai was voor mijn paard, altijd maar weer dezelfde spiergroepen die werden aangesproken en andere belangrijke spieren over het hoofd werden gezien. Het resulteerde na jaren dat mijn paard slijtage had opgelopen en niemand had mij erop gewezen. Wat me dan ook weer frustreerde want ik had zo mijn best gedaan.

Hoe het nu is.

Inmiddels heb ik voor mezelf een duidelijk systeem ontwikkeld. Ik train nu ongeveer 35 tot 40 min inclusief opwarming en cooling down. Met als doel dat ik zorg dat het paard goed opgewarmd word alvorens de fysieke inspanning toeneemt. En ik helder heb waar ik blijf aan werken. Is hij genoeg voorwaarts of juist te snel. Valt hij naar binnen toe of naar buiten of loopt hij wel met buiging maar nog niet helemaal naar de buitenteugel toe. Het piekmoment heb ik nog niet echt. Omdat mijn paard nog jong is en ik vooral bezig ben met controle over tempo en richting, buiging in het middenrif en van achter naar voor over de rug. Op latere leeftijd zullen de trainingen opbouwen naar 50 tot 60 min en naar 5 keer per week inclusief een piekmoment.

Hoe ga ik te werk.

  1.  Ik begin altijd bij het begin. En dit veranderd nooit de warming up 10 min vlot, actief en consequent stappen aan een contactteugel. Ik wil meteen een reactie.
    Omdat ik er 100 % zeker van wil zijn dat het paard van achter naar voren over de rug loopt. Hierin kan ik grote figuren rijden en in stap zelfs gaan schakelen. Ik wil er zeker van zijn dat ik op elk moment de hulp voor draf zomaar zou kunnen geven dat is mijn uitgangspunt. Een warming up geeft je dus al heel veel informatie over de fitheid van je paard die dag.
    Bij koud weer kan een paard erg snel worden en alles gehaast willen afrafelen en bij warm weer kan het zijn dat je paard het moeilijk vind om de juiste activiteit op te brengen die jij van hem verwacht.
    Het resultaat moet altijd zijn dat je paard veilig warm word gestapt en de gewrichten de kans kunnen krijgen om soepeler te gaan bewegen.
  2. Na de warming up gaan we 10 mijn losrijden het 2 de blokje van mijn training.  In het losrijden gaan we het lichaam meer gaan strechten wat meer oprekken en buigen en langzaam naar een hoger tempo rijden. De spieren en de gewrichten hebben de kans gehad om op te warmen en kunnen nu meer kracht aan.
    Namelijk het op lengte brengen en het verkorten van de spieren. Hier word het paard soepeler van .
    Eerst laten we het paard in draf lopen met een fijne contactteugel op een tempo dat hij gemakkelijk doorloopt en zich toch niet doodloopt. Een tempo waar hij de meeste balans en ontspanning laat voelen zonder dat je hier heel erg in hoeft te sleutelen. Daarna ga je een stukje galopperen. Niet te klein laat hem maar grote sprongen maken. Dit zorgt ervoor dat het bekken goed tot in de beide eindstanden gaan. Na het galopperen ga je terug naar draf en nu voel je meer veerkracht en zal het paard gemakkelijker bewegen de gewrichten kunnen nu vollediger gaan buigen.
  3. Na 10 min gaan we 5 min lange teugel stappen. Een paard nageeflijk rijden is een statische houding en het paard moet leren om dit voor langere tijd vol te houden. Ga jij je paard 50 min nageeflijk rijden dan weet je dat het zal verzuren in de halsspieren en vermoeid worden, je nageeflijkheid word er minder gemakkelijker op.
  4.  Nu volgt het piekmoment, We hebben tot zover het lichaam voldoende voorbereid om in deze 10 min naar grenzen te mogen werken. En de supercompensatie op te gaan zoeken. Inspanning zorgt voor een hogere hartslag. Het Hart moet nu sneller en meer zuurstof rondpompen. Nu kun je alles net wat zwaarder gaan maken. Inmiddels is je paard goed opgewarmd, zijn de gewrichten ook weer soepel en kunnen ze verder buigen en stretchen.
    Je kunt meer gaan verzamelen , overgangen gaan rijden, je paard meer en meer bij mekaar rijden.
  5. Na het piekmoment ga je over in het uitrijden. We gaan zorgen dat de spieren weer geleidelijk aan langer kunnen worden en het tempo rustiger word . Het lichaam krijgt weer de tijd om op temperatuur te komen. Een lagere temperatuur dan voorheen en de hartslag kan weer gaan zakken. De afvalstoffen die vrijgekomen waren bij het aanspannen van de spieren kunnen nu gemakkelijker het systeem verlaten. Zodat het paard minder gemakkelijk last zal hebben van spierverzuring de volgende dag. De uitgangspositie is dat we dit gaan doen in een lang en laag tempo. Maar niet door onze teugels ineens los te gooien. Stukje bij stukje ga je meer lengte geven en er voor blijven waken dat het paard actief blijft lopen de buikspieren blijft aanspannen en de rug blijft welven.
  6. En het laatste onderdeel in de training is de Cooling down.
    Na de effectieve training zijn we klaar en vaak in ons hoofd ook. We geven lange teugel en beginnen weer met stappen. We hebben helemaal niet in de gaten hoe lang we stappen. Ook dit deeltje is vaak saai en ronden we vaak te snel af.
    Waarom is het belangrijk dat we wel nog 10 min in actief tempo blijven stappen zonder slenteren? In de Cooling down willen we het lichaam nu volledig tot rust te laten komen. De cooling down bestaat uit actief stappen. Net als in de warming up waar je het lichaam wil laten opwarmen gebruik je de cooling down om de lichaamstemperatuur nog meer te laten zakken en de afvalstoffen de kans te geven om beter af te voeren. Hierdoor zal het paard sneller herstellen van inspanningen.

Resultaat van het werken in blokken.

Wanneer jij in je trainingen bewust met blokken gaat werken. Weet je zeker dat je tijdig stopt en niet te lang bezig blijft met 1 en dezelfde oefening. Want vaak te lang hetzelfde doen kost veel energie en kracht.
Wanneer je spieren goed traint ga je eigenlijk kleine stukjes vezels stuk maken en die hebben de nodige tijd nodig om weer te herstellen dit kan van 48 tot 72 u duren. Naderhand in een goed herstelproces is de spier weer sterker geworden en zelfs iets sterker dan voorheen. Dit noemt men supercompensatie. Ga je dan verder in je weekschema je andere specifieke piekmomenten trainen dan komen alle spieren goed aan bot en hebben ze genoeg hersteltijd. En je paard krijgt intussen een super conditie.

Jij kunt dit ook!

Doe onderzoek naar je training.

  • Hoe is deze opgebouwd ?
  • Hoe voelt de aanleuning ?
  • Is jouw paard voorwaarts ?

Succes Oona.

 

 

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: