Elk boek dat je openslaat vertelt je zeker en vast dat de achterhand de motor is en deze actief hoort te zijn. Ik ging het pas echt begrijpen toen ik het zelf gevoeld had.
Want de meeste ruiters denken bij een actieve achterhand dat deze vlot voorwaarts is.
Helemaal mee eens maar er is nog veel meer nodig om de achterhand actief te maken en te laten zijn.

Je kunt verschillende dingen gaan trainen met de achterhand van het paard om de achterhand sterker te maken.
Allen hebben ze te maken met actief zijn en toch worden ze steeds gevraagd vanuit een andere intentie.

  • Actief naar voren rijden
  • Actieve reactie van het achterbeen op een hulp vanuit je eigen been
  • Actief buigen naar het zwaartepunt toe
  • Actief aanspringen in galop vanuit het achterbeen.
  • Actief dragen

Als ik om mij heen kijk zie ik verschillende paarden lopen die wel hard voorwaarts draven maar helemaal op de voorhand waarbij het achterbeen stuwt en niet draagt. Vaak vloeit de energie langs de voorhand weg. Men draaft dan van achter naar voren maar het is de kunst om de energie op te vangen en toch los te laten. Bij mij helpt de intentie om te bedenken dat ik een klein vogeltje vasthoud maar wat ik niet plat mag knijpen en het mag niet in mijn handen botsen. Door met mijn been de activiteit naar voren op te wekken botst het vogeltje niet en is het gemakkelijker om mijn handen stil te houden.

Je wil graag een directe reactie van het achterbeen. D.w.z. dat je vraagt om met energie een reactie naar voor te geven. En niet bijv. je vraagt je paard in draf en je paard maakt aanstalten om in een sukkel drafje aan te draven.

Actief buigen naar het zwaartepunt toe is voornamelijk in wendingen en op de volte. Je paard neemt de buiging aan van de volte en moet ondertreden naar het zwaartepunt. Het zwaartepunt ligt in het midden van de 2 voorbenen ongeveer ter hoogte van de singel. Dit kan voor elk paard net een beetje anders zijn. Afhankelijk van het type paard en bouw. Waarbij je erop let dat het buitenachterbeen niet uitzwaait naar buiten. Het moet zo worden dat je paard op een kleine hulp zijwaarts gaat reageren. Als je dan de buitenzijde tegelijk kunt begrenzen treed hij perfect onder naar het zwaartepunt.

Actief aanspringen in galop vanuit het achterbeen. Je paard moet leren om meteen op een lichte beenhulp aan te springen in een juiste krachtige galop. Wanneer hij steeds sterker word kan hij dit op het achterbeen en zul je meer sprong opwaarts in de galop gaan merken i.p.v. dat het paard op de voorhand galoppeert en naar beneden duikt. Dit vergt consequentie en discipline. En in begin zal je beenhulp dus echt nog niet klein zijn maar dit moet wel het streven worden. Want bedenk als je voor elke gang een grotere beenhulp nodig hebt waar je paard ietsje beter op zal reageren dan heb je geen reserve meer over om nog te schakelen in een gang. En word het lastig om je eigen ontspanning te bewaren.

Het actief dragen is wanneer het paard zijn gewicht steeds beter horizontaal gaat verdelen. De voorhand word lichter en het bekken gaat meer kantelen. Dit kun je zelf nog het best vergelijken met traplopen op de tippen van je tenen. Dit voel je goed terug in je kuitspieren en kost veel kracht en energie. De galop helpt hierbij om het bekken goed te leren kantelen. Overgangen terug met behoud van energie waarbij je de intentie houd dat je eigenlijk meteen weer zou kunnen wegrijden.

Dit zijn 5 verschillende dingen die jij kunt vragen aan 1 achterbeen of 2 achterbenen tegelijk. Het 1 is niks zonder het ander. En het begint allemaal bij actief naar voren. En al deze puntjes samen noemen we een actieve achterhand. En dit is waarom men zegt de achterhand is de motor van het paard. Juist omdat hij verschillende dingen actief kan doen. En niet enkel maar hard naar voren draven.

Het resultaat is dat het paard meer vering in zijn benen krijgt. Er ontstaat swung. Je paard word korter, spant zijn buikspieren steeds beter aan waardoor de rugspier beter kan gaan dragen en gaat opbollen. En de wervels als een mooie waaier uit mekaar gaan staan.

En als een echte body builder door de baan zal gaan.

 

Je paard in harmonie rijden, met lichtheid samen door de baan gaan als een perfect afgestemd duo dat is hoe we willen dat het klinkt, voelt en eruit ziet. Het heeft zelfs iets romantisch.

Echter de noodzaak is eerder realiteit en is soms allesbehalve romantisch. Juist omdat de dressuur een noodzaak is omdat we het paard toch willen berijden en het paard van nature scheef is.

Iedereen heeft het er altijd over maar wat is het nu precies?

Zo goed als alle paarden zijn scheef en zo worden ze geboren. De ene zal extremer zijn dan de andere.
En het ene paard is atletischer gebouwd om het beter te kunnen trainen dan het andere.

Natuurlijke scheefheid wil eigenlijk zeggen dat elk paard net zoals bij de mens linkshandig of rechtshandig is van nature. En dat hij aan de ene zijde makkelijker kan buigen dan aan de andere zijde. Paarden zijn van nature dus niet gelijkmatig gebouwd. Maar zolang er met het paard niet gewerkt word ontstaan hierdoor nog geen problemen.

Echter willen we met het paard gaan rijden en hier ruitergewicht aan gaan toevoegen dan zullen we beide kanten sterker en soepeler moeten gaan maken zodat we het paard gelijkmatig kunnen gaan belasten om blessures te voorkomen.

En dat is wanneer de dressuur een noodzaak word. En vaak ook ingewikkeld word.
Een vb. We beginnen te rijden, maken ons paard goed voorwaarts, vragen wat buiging en voor je het weet heb je teveel buiging en zoekt je paard alweer steun aan de buitenzijde van de bakrand. We hadden té veel té lang en niet genoeg gedoseerd hulpen gegeven. Hier komt de rijkunst om de hoek om dan te weten welke oefening ga je inzetten om je paard weer recht te richten.

Hoe ontstaan blessures ?

Door de verschillende scheefheden niet te herkennen. En het paard in zijn voorkeurs houding te laten lopen kan het sterke been, zijn beste beentje dat hij altijd voor zet, overbelast gaan worden. Zowel met de voorbenen als met de achterbenen. Deze spieren die hieraan bevestigd zitten zullen groter ontwikkeld worden dan de mindere sterkere kant en op de duur overbelast worden. De ongelijkheid gaat alleen maar meer benadrukt worden. Sommige paarden kunnen gaan blokkeren omdat ze letterlijk vast lopen in hun lichaam, ze zullen verzet gaan vertonen. Op meer dan verschillende manieren dit kan door erg traag te worden, te snel te gaan, 1 kant vast te pakken etc.…
Tijdens de trainingen naar ontspanning toewerken zal moeizamer verlopen omdat het paard gehinderd word in zijn beweging. Bijv. blessures aan het been kunnen ervoor gaan zorgen dat het paard gaat compenseren. Anders zal gaan lopen om het pijnlijke been te ontlasten. Waardoor weer een ander lichaamsdeel het harder te verduren zal krijgen en er blokkades ontstaan.

Welke scheefheden kan je herkennen?

– Tijdens de trainingen ga je ontdekken dat het paard de ene zijde makkelijker zal buigen en soepeler op een volte zal lopen dan op de andere zijde. Het paard is of links gebogen of rechts gebogen. (Verticale evenwicht)
– Het paard loopt van nature 60% op de voorhand en 40% op de achterhand en zal daardoor steun gaan zoeken in je handen. (Horizontale evenwicht)
– De schouders zijn smaller dan de heupen. Wanneer we rijden in een afgesloten ruimte dan zal de buitenschouder en de buitenheup van het paard 1 rechte lijn worden en op zijn manier steun gaan zoeken aan de omheining van de piste.
– De voorbenen hebben ook hun voorkeur om met het sterkste been onder het gewicht plaats te nemen. Hier ga je verschil gaan voelen in op de binnenschouder vallen en over de buitenschouder wegvallen. Schoudervoor is wat we gebruiken om het paard hierbij recht te richten.
– De achterbenen zijn de motor van het paard hier gaat hij het lichaam mee vooruit duwen. Het ene achterbeen is sterker en stuwt meer het andere been is sterker in het buigen en draagt meer. Belangrijk is dat we beide achterbenen individueel sterker gaan maken.
– Dan heb je de verschuiving van het zwaartepunt tijdens evenwichtsverlies. Bij elke pas voorwaarts komt er energie vrij uit het achterbeen dat door stroomt naar het diagonale voorbeen. Door het ruitergewicht dat zelf niet in evenwicht boven het zwaartepunt blijft, gaat het zwaartepunt evenwicht zoeken onder de ruiter dit voel je ook weer terug in het vallen op de binnenschouder of de buitenschouder.

Besluit.

We kunnen stellen dat alle symptomen die we tegenkomen tijdens het rijden een evenwichtsverlies is, waarbij het paard elke keer gaat compenseren om paard en ruiter rechtop te houden.
En het is aan ons om te voelen wat er gebeurd en welke oefening we gaan inzetten om het verbeteren. En helpt de oefening ook of is er nog een andere oefening nodig? En lukt het het paard om gemakkelijker zijn evenwicht te bewaren en kunnen we onze hulp ook al weglaten?

Planning is alles !

Wat gaan we deze week allemaal doen? Je begint op te sommen,…. houd het bij op een kalender zodat je zeker niets uit het oog verliest. Dan is er nog het huishouden dat om de hoek loert waar we allemaal wel eens struisvogelpolitiek mee spelen. En er moet ook nog gewerkt worden, de hond moet ook zijn rondjes lopen, we hebben nog ergens een partner rond lopen die ook aandacht wil 😊 en dan willen we ergens nog quality time vinden voor ons paard.

Druk druk druk, je herkend het vast wel.
En intussen zijn we expert geworden in het zich opsplitsen in 86 stukken.
Maar helaas ben ik ook niet goed in vele dingen proberen te handelen wat resulteert in slordig werk.

En ons paard pikt het zo op.
Die denkt “ o ze heeft het weer druk vandaag, ze is niet eens 100 % met haar gedachten bij mij. Maar ze wil wel dat ik als een ballerina door de rijbaan ga. En het was alweer van vorige week geleden dat ik nog de nodige beweging heb gehad om juist soepeler te worden.” Rek strek nee het word vandaag niet beter dan dit.

Ik weet zeker dat je het beste voor hebt met je paard en het schiet er bij iedereen wel eens in. En we voelen ons er nog schuldig over ook. Vreselijk gevoel. En de week is weer om, je denkt nog volgende week pak ik het beter aan en voor je het weet is dit je routine geworden.
Wat heeft dit als gevolg? Als je seizoen op seizoen in deze routine geraakt.
Ons paard word steeds stijver, minder buigzaam. Gewrichten worden niet meer optimaal gebruikt.
Het word moeilijker om de ruiter te dragen waarbij het paard beginnende slijtage krijgt op termijn. Vlot voorwaarts bewegen en spiergroepen goed laten samenwerken met mekaar dat is wat we willen. En het eerste seizoen in een dipje zitten is nog niet zo erg. Het kost in begin allemaal wat meer moeite maar op de duur kost het veel moeite. En de conditie van het paard word steeds minder. En jij bent nog sneller geneigd om te zeggen laat maar, vandaag niet we maken volgende week wel weer een nieuwe start.

O ik ben streng he ! Maar ik hoor het keer op keer gebeuren. En ik vind het zo zonde.

Voor je paard en voor jezelf.
Want dat is niet hoe je het had bedacht toen jij je paard aanschafte.
Ik weet zeker als ik jou zou kunnen helpen met structuur en wat kleine dingen dat je opnieuw stappen kan gaan maken. En je paard weer een heel stuk beter in conditie komt te zitten dan voorheen.
Want toen ik deze voormiddag rustig met kito door het bos liep en terug keek naar welke progressie we samen hadden gemaakt Sky en ik. Kon ik niet anders zeggen, Wauw ik heb grote stappen gemaakt maar het was mij niet gelukt zonder structuur , routine, herhaling en soms ook tanden bijten en doorzetten. En er zitten inmiddels al zeer veel dagen bewuste training in. Niet eens zozeer veel uren training in. En ik verschiet daar soms zelf van. Wat je allemaal moet doen om je paard min of meer voor te bereiden voor een sportieve conditie.

En ik was me meteen bewust dat dit niet voor iedereen haalbaar is. En toch denk ik dat het mogelijk is om verbetering te maken in wat je doet met de tijd die je beschikbaar hebt.
Als jij van te voren afspreekt met je paard in welke conditie jij je paard wil hebben dan kun je ook een goed plan maken dat haalbaar is. Om het simpel te maken denk ik dat je ervan moet uitgaan dat je 3 soorten condities hebt.

Basisconditie – recreatieconditie- sportconditie

  1. In een basisconditie krijgt je paard wekelijks 3x de minimale beweging die het nodig heeft om gezond te blijven en zijn bespiering in tact te houden.
  2. In een Recreatieconditie krijgt je paard de beweging die hij nodig heeft om het ruitergewicht goed te kunnen dragen en af en toe een buitenrit te kunnen maken zonder de volgende dag super stijf te zijn.
  3. In een sportconditie ga je echt werken naar grenzen toe je paard word leniger en sterker en krijgt een atletisch lichaam met ontwikkelde spiergroepen. Van atleten is het geweten dat zij bij een blessure gemakkelijker herstelt en dat bij een doorsnee conditie herstel veel langer duurt.

Ik weet zeker dat je er naar uit kijkt om minimaal 3x in de week met je paard te werken en dat je die tijd ook vind. Dat je paard er beter van word, jij even niets aan je hoofd moet hebben en dat je achteraf een voldaan gevoel eraan over houd. En je niet meer schuldig hoeft te voelen.
En je paard is blij dat jullie weer ritme krijgen en hij geen fysieke inspanningen hoeft te doen die hem de volgende dag stijve spieren opleveren.

 

Volgende keer meer over variatie.

Heel veel succes

Oona