Je ziet iets aan de beweging van je paard en je kan het niet thuis brengen. Loopt je paard nu kreupel of is er wat anders aan de hand?

Als een paard een afwijkend bewegingspatroon heeft van de normale tact in de gangen dan is er een mogelijkheid dat je paard atactisch is. In de volksmond zeggen we coördinatie problemen bij het aansturen van bewegingen.

Bewegingen vinden plaats wanneer spieren aan het skelet trekken. En een spier die word aangestuurd vanuit het zenuwstelsel d.m.v. een prikkel. Als er ergens in het lichaam een zenuw geklemd zit of beschadigd is gebeuren er fouten in de aansturing van de spieren wat zich uit in te traag zijn, het verkeerde moment, te weinig, … er ontstaan milde of ernstigere onregelmatigheden wat we terug zien in een beweging die afwijkt.

Wat is het zenuwstelsel en hoe zorgt het in normale omstandigheden voor beweging?

Het zenuwstelsel is een zeer ingewikkelde lichaamssysteem en bestaat uit de hersenen, het ruggenmerg en een zeer uitgebreid netwerk van zenuwen die vertakken .

Het word actief door bliksemsnelle prikkels die plaatsvinden in of aan het lichaam. Bijv wanneer je iets heet aanraakt reageert je zenuwstelsel meteen supersnel door met je hand terug te trekken. Hij geeft peil snel een commando aan je spieren die nodig zijn om de beweging te laten plaats vinden die je hand terug trekt dit gebeurd onbewust en razendsnel. Het is ook nodig dat dit systeem razendsnel en optimaal werkt om te kunnen overleven. Zou de zenuw bij de aansturing verstoord geweest zijn dan had je hand waarschijnlijk verbrand geweest omdat de coördinatie van de beweging verstoord was.

Het zenuwstelsel coördineert ook alle andere stelsels zowel bewust als onbewust en daarom staat aan het begin van elke beweging hoe klein ze ook is. Het heeft controle over alle bewuste en onbewuste bewegingen. Onbewust beweging is het hart dat automatisch klopt. Bewust is als een paard met zijn hoef tegen de staldeur bonkt.

Uit wat bestaat het zenuwstelsel?

Het bestaat uit grote hoeveelheden zenuwcellen. Die allemaal samenwerken en boodschappen doorheen het hele lichaam sturen. Het is eigenlijk een netwerk van draden die informatie doorsturen naar de hersenen en weer terug met een boodschap naar de spieren om een contractie te laten plaats vinden.

Wat doet het centrale zenuwstelsel?

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit hersenen en ruggenmerg en zijn het centrum van het zenuwstelsel het zit in de schedel waar het goed beschermd is voor beschadiging van buitenaf. Het activeert alle systemen waar nodig en activeert de spieren.

Het ruggenmerg loopt in het midden door een tunnel door de halswervels en de wervelkolom van de rug. Het is een aaneenschakeling van vezels en cellen waarlangs de informatie en aansturingen plaats vinden tussen de hersenen en alle andere delen en ledematen van het lichaam het vertrekt in de hersenen en bij de eerste halswervel tot aan het si-gewricht en vertakt zich op verschillende plaatsen.

Wat gebeurd er wanneer zenuwcellen beschadigd zijn?

Dan word de boodschap die de hersenen uitstuurt via het ruggenmerg slecht aangestuurd en zien we dus afwijkingen in de beweging. Het is dus naast spieren die in conditie moeten zijn nog een fragiel systeem dat zeer belangrijk is.

Welke afwijkingen zien we wanneer het zenuwstelsel mogelijk verstoord is.

Spieratrofie; de afname van spieren ten gevolge van harnachement dat niet goed aanpast kunnen de zenuwuiteinde beschadigen.
Afwijkingen van het gebruik van de wervelkolom en de bijhorende structuren.
Verlies van tact en regelmaat in de beweging.
Verschil in flexie en extensie van de beengewrichten.
Weinig reactie op reflextesten.

Wat als je paard een afwijkend bewegingspatroon laat zien?

Wanneer het paard atactisch is bevonden is het van groot belang dat er word gezocht naar de oorsprong die afwijkt. Komt de afwijkende coördinatie verder uit het hersen gedeelte of komt ze verder uit de wervelkolom die door een trauma beschadigt is geraakt.

In een universitair ziekenhuis kan er een MEPP test gedaan word die uitmeet hoe de reactiesnelheid bij reflextesten verloopt.
Daarbij kan men nog bijkomende foto’s maken van de halswervels of de wervelkolom om te kijken of er tussen de verschillende wervels voldoende ruimte aanwezig is om langs mekaar heen te bewegen.

De diagnose die daaruit volgt bespreekt de dierenarts met je en hierbij geeft hij gepast advies over de mogelijke herstelkansen. Maar die is afhankelijk van paard tot paard en van de tijd die zit tussen het vaststellen van de ataxie en de ondersteuning met medicijnen.

En bij een groot deel van de paarden is er helaas geen voldoende herstel mogelijk.

 

De reden hiervoor is dat de benen lichter in gewicht zijn en het paard minder energie moet opbrengen om snelheid te kunnen maken en voor langere tijd vol te kunnen houden.

De benen bestaan wel uit een aantal botten die in verbinding staan d.m.v. complexe rangschikkingen van gewrichtjes en kraakbeen die dan weer omhult zijn met ligamenten voor de stabiliteit en aangestuurd worden via de pezen en de hoger gelegen spieren en het zenuwstelsel.

De gewrichtjes maken het mogelijk dat het been kan buigen en strekken en in bepaalde mate kan draaien.
Samen met het kraakbeen zijn het volledig ingebouwde schokdempers die in staat zijn om zowel kleine als grote schokken op te vangen.
Dit maakt dat ze zeer kwetsbaar zijn.

Daarom is het van belang dat paarden dagelijks voldoende moeten bewegen zodat de volledige flexibiliteit van de gewrichten benut blijft en het paard optimaal kan blijven bewegen.
Wanneer paarden uit ouderdom of omdat ze voor langere periodes op stal staan steeds minder gaan bewegen. Gaat de functionaliteit van het kraakbeen het gewrichtssmeer en het gewricht achteruit en gaan paarden steeds stijver bewegen.

De dagelijkse beweging zorgt voor een gezond gewricht en zorgt voor de kwaliteit van het gewrichtssmeer en het kraakbeen.
Wanneer paarden weinig bewegen verliest het kraakbeen zijn flexibiliteit en droogt het uit de schokdemping vermindert en de botten schuren langs elkaar. Wat zeer pijnlijk is.

Beweging houd de paarden gezond en fit.

Als eens over nagedacht?

Als we plaats nemen op de rug van het paard zitten we letterlijk op de rugwervels. Die een volledige verbinding vormen tussen de voorhand en de achterhand. Met ligamentjes , pezen, spiertjes en vele gewrichtjes zorgen zij voor stabiliteit , ondersteuning en de mogelijkheid tot bewegen zowel verticaal als lateraal.

Om plaats te kunnen nemen is het van groot belang dat er aan het verloop van de rug veel aandacht word besteed en de houding. Voor het paard is het voordeligst als deze de ruiter kan dragen met een sterke rug die goed bespierd is . Want een sterke rug is als een sterke stevige stabiele brug die ervoor zorgt dat de uiteindes van de rugwervels als een waaier uit mekaar staan.
Een rug die keer op keer slap is en moet dragen loopt een groot risico waarbij de toppen van de rugwervels tegen mekaar komen wat zeer pijnlijk is en beschadigingen met zich meebrengt.

Hoe zorg je er dan voor dat een rug getraind word?

Dit doen we via de buikspieren.
Door de buikspieren te prikkelen worden de buikspieren korter en de rugspieren langer.
Prikkel je de buikspieren niet dan worden de buikspieren langer en de rugspieren korter. Je paard loopt dan met een holle rug en een hoge hals houding. En de beweging word beperkt.

Moeten we nog iets doen?

Ja bij de buikspieren horen ook de borstspieren. Die zitten vooraan de tussen de benen. Het aanspannen van de borstpieren zorgt ervoor dat het schoftgebied gelift word en het verloop van de rugbespiering op zijn beurt zorgt voor het goed openen en sluiten van het bekkengewricht waardoor de achterbenen veel beter naar het zwaartepunt kunnen grijpen.
Loopt het paard met zijn hals hoog, tegen de hand dan is de shoft het laagste punt, de rug weg gedrukt en kan het bekken niet voldoende openen en sluiten. En ontstaat er een beperkte beweging , stabiliteit en ondersteuning van de rug.

Hoe prikkel je de borstspieren?

Bij het plaats nemen op de rug. Ga je het paard de gelegenheid geven om de hand te vertrouwen en deze te volgen. Volgen wil zeggen dat de hals draagt in een voorwaarts neerwaartse tendens . Omdat dan de shoft gelift word. Afhankelijk van het stadium van je training word de shoft gemiddeld of ten volle gelift.

Een sterke terugwerkende hand die het hoofd en de hals naar beneden dwingt of houd veroorzaakt het tegenovergestelde. Het paard spant dan juist zijn onderhals spieren aan en laat de schoft vallen wat niet gewenst is.
Je kunt niet de bovenhals spieren aanspannen en ontwikkelen wanneer de onderhals spieren continue aangespannen zijn door het verzet tegen een dwingende hand.

Het vinden van vertrouwen in de ruiterhand is niet altijd even gemakkelijk voor het paard. Vaak zijn we geneigd om te snel erdoor te willen werken.
Maar houd dan in gedachten dat het niet ten gunste van je shoftlift is.

Succes Oona