De reden hiervoor is dat de benen lichter in gewicht zijn en het paard minder energie moet opbrengen om snelheid te kunnen maken en voor langere tijd vol te kunnen houden.

De benen bestaan wel uit een aantal botten die in verbinding staan d.m.v. complexe rangschikkingen van gewrichtjes en kraakbeen die dan weer omhult zijn met ligamenten voor de stabiliteit en aangestuurd worden via de pezen en de hoger gelegen spieren en het zenuwstelsel.

De gewrichtjes maken het mogelijk dat het been kan buigen en strekken en in bepaalde mate kan draaien.
Samen met het kraakbeen zijn het volledig ingebouwde schokdempers die in staat zijn om zowel kleine als grote schokken op te vangen.
Dit maakt dat ze zeer kwetsbaar zijn.

Daarom is het van belang dat paarden dagelijks voldoende moeten bewegen zodat de volledige flexibiliteit van de gewrichten benut blijft en het paard optimaal kan blijven bewegen.
Wanneer paarden uit ouderdom of omdat ze voor langere periodes op stal staan steeds minder gaan bewegen. Gaat de functionaliteit van het kraakbeen het gewrichtssmeer en het gewricht achteruit en gaan paarden steeds stijver bewegen.

De dagelijkse beweging zorgt voor een gezond gewricht en zorgt voor de kwaliteit van het gewrichtssmeer en het kraakbeen.
Wanneer paarden weinig bewegen verliest het kraakbeen zijn flexibiliteit en droogt het uit de schokdemping vermindert en de botten schuren langs elkaar. Wat zeer pijnlijk is.

Beweging houd de paarden gezond en fit.

Als eens over nagedacht?

Als we plaats nemen op de rug van het paard zitten we letterlijk op de rugwervels. Die een volledige verbinding vormen tussen de voorhand en de achterhand. Met ligamentjes , pezen, spiertjes en vele gewrichtjes zorgen zij voor stabiliteit , ondersteuning en de mogelijkheid tot bewegen zowel verticaal als lateraal.

Om plaats te kunnen nemen is het van groot belang dat er aan het verloop van de rug veel aandacht word besteed en de houding. Voor het paard is het voordeligst als deze de ruiter kan dragen met een sterke rug die goed bespierd is . Want een sterke rug is als een sterke stevige stabiele brug die ervoor zorgt dat de uiteindes van de rugwervels als een waaier uit mekaar staan.
Een rug die keer op keer slap is en moet dragen loopt een groot risico waarbij de toppen van de rugwervels tegen mekaar komen wat zeer pijnlijk is en beschadigingen met zich meebrengt.

Hoe zorg je er dan voor dat een rug getraind word?

Dit doen we via de buikspieren.
Door de buikspieren te prikkelen worden de buikspieren korter en de rugspieren langer.
Prikkel je de buikspieren niet dan worden de buikspieren langer en de rugspieren korter. Je paard loopt dan met een holle rug en een hoge hals houding. En de beweging word beperkt.

Moeten we nog iets doen?

Ja bij de buikspieren horen ook de borstspieren. Die zitten vooraan de tussen de benen. Het aanspannen van de borstpieren zorgt ervoor dat het schoftgebied gelift word en het verloop van de rugbespiering op zijn beurt zorgt voor het goed openen en sluiten van het bekkengewricht waardoor de achterbenen veel beter naar het zwaartepunt kunnen grijpen.
Loopt het paard met zijn hals hoog, tegen de hand dan is de shoft het laagste punt, de rug weg gedrukt en kan het bekken niet voldoende openen en sluiten. En ontstaat er een beperkte beweging , stabiliteit en ondersteuning van de rug.

Hoe prikkel je de borstspieren?

Bij het plaats nemen op de rug. Ga je het paard de gelegenheid geven om de hand te vertrouwen en deze te volgen. Volgen wil zeggen dat de hals draagt in een voorwaarts neerwaartse tendens . Omdat dan de shoft gelift word. Afhankelijk van het stadium van je training word de shoft gemiddeld of ten volle gelift.

Een sterke terugwerkende hand die het hoofd en de hals naar beneden dwingt of houd veroorzaakt het tegenovergestelde. Het paard spant dan juist zijn onderhals spieren aan en laat de schoft vallen wat niet gewenst is.
Je kunt niet de bovenhals spieren aanspannen en ontwikkelen wanneer de onderhals spieren continue aangespannen zijn door het verzet tegen een dwingende hand.

Het vinden van vertrouwen in de ruiterhand is niet altijd even gemakkelijk voor het paard. Vaak zijn we geneigd om te snel erdoor te willen werken.
Maar houd dan in gedachten dat het niet ten gunste van je shoftlift is.

Succes Oona

Je hebt je paard lekker los gestapt in de warming up en 1 van de dingen die je opviel is dat je paard heel de tijd sterker bleef op 1 teugel. En je vond dat hij niet lekker soepel was. Daarna ging je in draf om hem verder “los “ te rijden in de hoop dat het wel beter word maar integendeel het werd enkel maar erger.

Tijd om hier wat mee te doen!

Want wat je voelt is duidelijk het verschil tussen de kracht van de 2 achterbenen.
Dit vertelde ik in het vorige  Blog al wat dit precies is.

Nu gaan we het hebben over de oplossing die het paard van nature gaat aanbieden die wij niet als gewenst ervaren maar die hij wel zal inzetten als smokkeloplossing om juist geen gewicht te hoeven dragen op het zwakkere achterbeen.

Het paard is gebouwd op 4 benen en is in de bovenlijn verbonden met de hals en rugwervels. Echter heeft moeder natuur de rugspieren niet even lang gemaakt. En wanneer we hier als ruiter plaats opnemen is het paard uit balans. Uit balans wanneer hij rechtdoor loopt, uit balans in de wendingen.
Om het paard weer in balans te brengen gaan we hem soepeler maken met buigingswerk. Zodat hij rechtdoor en in wendingen zijn gewicht exact over 4 benen blijft dragen en de rugspieren aan beide zijdes even lang worden. De moeilijkheidsgraad zit erin om de balans te vinden in alle verschillende gangen.

En voor ons is het de kunst om het paard te laten begrijpen dat we buiging willen en het paard soepeler willen maken. Wij gaan d.m.v. stelling en ons binnenbeen vragen aan het paard om te buigen. Het binnenachterbeen moet onder het lichaam tot in de sporen van het binnenvoorbeen worden geplaatst. Waarbij de heup aan de binnenkant zakt. Dat is het uitgangspunt.

Vaak als het paard nog niet soepel genoeg is aan de kant waar hij moeilijk buigt.
Gebeurd het volgende:

Vb gaat uit van een zwakker rechterachterbeen:

– Het sterkere linkerachterbeen rechtsom zal de achterhand naar binnen duwen en het paard valt over de buitenschouder weg. Dit omdat het zwakkere spronggewricht naar buiten draait in plaats van zich direct onder de achterhand te plooien zoals het sterkere spronggewricht aan de andere kant.
– Linksom gaat het rechterachterbeen dat zwakker is naar buiten uitzwaaien. Wat je voelt is dat het moeilijk is om het rechterachterbeen bij het paard te houden en uitzwaait.

De oplossing is ervoor te zorgen dat hij meer gewicht op rechtsachter gaat dragen. En meer gaat luisteren naar de begrenzende hulpen.
En hiervoor zal je moeten zorgen dat je de juiste teugelhulpen gaat inzetten die samenwerken met je buitenbeen.

Je paard extra laten buigen op je binnenteugel zonder dat het paard buigt om je binnenbeen gaat het paard nog meer over de buitenschouder laten wegvallen. Dit gaan we dus niet doen!
– Maar door je paard in een contrastelling te vragen en met je buitenbeen de achterhand naar binnen te duwen ga je het paard verplichten om gewicht op het rechterachterbeen te plaatsen.
En ga je het paard leren om de hulpen aan de buitenzijde als een begrenzende hulp te respecteren.
Even gemakkelijk gezegd. Door het paard eerst te leren waar de grens ligt aan de buitenkant. Zal het gemakkelijker worden om ze begrenzend toe te passen wanneer je het paard gaat vragen te buigen om je binnenbeen.

Allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik weet het. Mijn jonge paard heeft het nu steeds beter onder de knie. Maar toen ik begon te lessen met hem om hem verder in te rijden gingen we dus eerst met actief voorwaarts rijden aan de gang en buiging was het 2 de op ons leerlijstje.
Ik vond dit erg moeilijk en Sky ook want hij maakte mij echt wel duidelijk dat hij niet zoveel respect had voor mijn begrenzende hulpen en niet meteen van plan was om meer gewicht op het rechterachterbeen te plaatsen. Het heeft toch een week of 4 geduurd voor we hier in wat meer fine tuning hadden. Maar ik ben uiteindelijk wel blij dat we deze oefening nu goed onder de knie hebben en ik hem zowel linksom als rechtsom inzet als ik voel dat mij teugelcontact ongelijk word. In galop voel ik nog steeds duidelijk dat het rechterachterbeen niet genoeg buigt, naar voren grijpt en de binnenheup zakt. Maar het blijft work in progress en alle begin is moeilijk. Stap en draf gaan nu goed.

Want een paard dat gelijk is op 2 teugels zit veel gemakkelijker en is aangenamer rijden.

Veel succes

Oona