Planning is alles !

Wat gaan we deze week allemaal doen? Je begint op te sommen,…. houd het bij op een kalender zodat je zeker niets uit het oog verliest. Dan is er nog het huishouden dat om de hoek loert waar we allemaal wel eens struisvogelpolitiek mee spelen. En er moet ook nog gewerkt worden, de hond moet ook zijn rondjes lopen, we hebben nog ergens een partner rond lopen die ook aandacht wil 😊 en dan willen we ergens nog quality time vinden voor ons paard.

Druk druk druk, je herkend het vast wel.
En intussen zijn we expert geworden in het zich opsplitsen in 86 stukken.
Maar helaas ben ik ook niet goed in vele dingen proberen te handelen wat resulteert in slordig werk.

En ons paard pikt het zo op.
Die denkt “ o ze heeft het weer druk vandaag, ze is niet eens 100 % met haar gedachten bij mij. Maar ze wil wel dat ik als een ballerina door de rijbaan ga. En het was alweer van vorige week geleden dat ik nog de nodige beweging heb gehad om juist soepeler te worden.” Rek strek nee het word vandaag niet beter dan dit.

Ik weet zeker dat je het beste voor hebt met je paard en het schiet er bij iedereen wel eens in. En we voelen ons er nog schuldig over ook. Vreselijk gevoel. En de week is weer om, je denkt nog volgende week pak ik het beter aan en voor je het weet is dit je routine geworden.
Wat heeft dit als gevolg? Als je seizoen op seizoen in deze routine geraakt.
Ons paard word steeds stijver, minder buigzaam. Gewrichten worden niet meer optimaal gebruikt.
Het word moeilijker om de ruiter te dragen waarbij het paard beginnende slijtage krijgt op termijn. Vlot voorwaarts bewegen en spiergroepen goed laten samenwerken met mekaar dat is wat we willen. En het eerste seizoen in een dipje zitten is nog niet zo erg. Het kost in begin allemaal wat meer moeite maar op de duur kost het veel moeite. En de conditie van het paard word steeds minder. En jij bent nog sneller geneigd om te zeggen laat maar, vandaag niet we maken volgende week wel weer een nieuwe start.

O ik ben streng he ! Maar ik hoor het keer op keer gebeuren. En ik vind het zo zonde.

Voor je paard en voor jezelf.
Want dat is niet hoe je het had bedacht toen jij je paard aanschafte.
Ik weet zeker als ik jou zou kunnen helpen met structuur en wat kleine dingen dat je opnieuw stappen kan gaan maken. En je paard weer een heel stuk beter in conditie komt te zitten dan voorheen.
Want toen ik deze voormiddag rustig met kito door het bos liep en terug keek naar welke progressie we samen hadden gemaakt Sky en ik. Kon ik niet anders zeggen, Wauw ik heb grote stappen gemaakt maar het was mij niet gelukt zonder structuur , routine, herhaling en soms ook tanden bijten en doorzetten. En er zitten inmiddels al zeer veel dagen bewuste training in. Niet eens zozeer veel uren training in. En ik verschiet daar soms zelf van. Wat je allemaal moet doen om je paard min of meer voor te bereiden voor een sportieve conditie.

En ik was me meteen bewust dat dit niet voor iedereen haalbaar is. En toch denk ik dat het mogelijk is om verbetering te maken in wat je doet met de tijd die je beschikbaar hebt.
Als jij van te voren afspreekt met je paard in welke conditie jij je paard wil hebben dan kun je ook een goed plan maken dat haalbaar is. Om het simpel te maken denk ik dat je ervan moet uitgaan dat je 3 soorten condities hebt.

Basisconditie – recreatieconditie- sportconditie

  1. In een basisconditie krijgt je paard wekelijks 3x de minimale beweging die het nodig heeft om gezond te blijven en zijn bespiering in tact te houden.
  2. In een Recreatieconditie krijgt je paard de beweging die hij nodig heeft om het ruitergewicht goed te kunnen dragen en af en toe een buitenrit te kunnen maken zonder de volgende dag super stijf te zijn.
  3. In een sportconditie ga je echt werken naar grenzen toe je paard word leniger en sterker en krijgt een atletisch lichaam met ontwikkelde spiergroepen. Van atleten is het geweten dat zij bij een blessure gemakkelijker herstelt en dat bij een doorsnee conditie herstel veel langer duurt.

Ik weet zeker dat je er naar uit kijkt om minimaal 3x in de week met je paard te werken en dat je die tijd ook vind. Dat je paard er beter van word, jij even niets aan je hoofd moet hebben en dat je achteraf een voldaan gevoel eraan over houd. En je niet meer schuldig hoeft te voelen.
En je paard is blij dat jullie weer ritme krijgen en hij geen fysieke inspanningen hoeft te doen die hem de volgende dag stijve spieren opleveren.

 

Volgende keer meer over variatie.

Heel veel succes

Oona

75 % van de ruiters heeft geen plan alvorens ze gaan rijden en dit elke dag keer op keer.
Ze stappen 5 min rond nemen dan hun teugels op maat gaan over in draf en dan moet het er allemaal uit komen. Maar wat als het nu eens veel efficiënter kan?

Jij verzameld info tijdens je trainingen die je wegwijs maakt waar jij mee aan de slag moet gaan.
En dit in je trainingsuurtje dat je logisch gaat opbouwen in blokken die vloeiend in mekaar overgaan. Helemaal  aangepast aan je paard. Want je paard verteld jou wel hoe het gaat.

Hoe het was.

Ik was ook zo, ik trainde vaak en regelmatig en deed altijd goed opwarmen maar de logica van een training opbouwen miste ik wel. Ik deed elke keer het zelfde riedeltje nalopen. Waardoor het saai was voor mijn paard, altijd maar weer dezelfde spiergroepen die werden aangesproken en andere belangrijke spieren over het hoofd werden gezien. Het resulteerde na jaren dat mijn paard slijtage had opgelopen en niemand had mij erop gewezen. Wat me dan ook weer frustreerde want ik had zo mijn best gedaan.

Hoe het nu is.

Inmiddels heb ik voor mezelf een duidelijk systeem ontwikkeld. Ik train nu ongeveer 35 tot 40 min inclusief opwarming en cooling down. Met als doel dat ik zorg dat het paard goed opgewarmd word alvorens de fysieke inspanning toeneemt. En ik helder heb waar ik blijf aan werken. Is hij genoeg voorwaarts of juist te snel. Valt hij naar binnen toe of naar buiten of loopt hij wel met buiging maar nog niet helemaal naar de buitenteugel toe. Het piekmoment heb ik nog niet echt. Omdat mijn paard nog jong is en ik vooral bezig ben met controle over tempo en richting, buiging in het middenrif en van achter naar voor over de rug. Op latere leeftijd zullen de trainingen opbouwen naar 50 tot 60 min en naar 5 keer per week inclusief een piekmoment.

Hoe ga ik te werk.

  1.  Ik begin altijd bij het begin. En dit veranderd nooit de warming up 10 min vlot, actief en consequent stappen aan een contactteugel. Ik wil meteen een reactie.
    Omdat ik er 100 % zeker van wil zijn dat het paard van achter naar voren over de rug loopt. Hierin kan ik grote figuren rijden en in stap zelfs gaan schakelen. Ik wil er zeker van zijn dat ik op elk moment de hulp voor draf zomaar zou kunnen geven dat is mijn uitgangspunt. Een warming up geeft je dus al heel veel informatie over de fitheid van je paard die dag.
    Bij koud weer kan een paard erg snel worden en alles gehaast willen afrafelen en bij warm weer kan het zijn dat je paard het moeilijk vind om de juiste activiteit op te brengen die jij van hem verwacht.
    Het resultaat moet altijd zijn dat je paard veilig warm word gestapt en de gewrichten de kans kunnen krijgen om soepeler te gaan bewegen.
  2. Na de warming up gaan we 10 mijn losrijden het 2 de blokje van mijn training.  In het losrijden gaan we het lichaam meer gaan strechten wat meer oprekken en buigen en langzaam naar een hoger tempo rijden. De spieren en de gewrichten hebben de kans gehad om op te warmen en kunnen nu meer kracht aan.
    Namelijk het op lengte brengen en het verkorten van de spieren. Hier word het paard soepeler van .
    Eerst laten we het paard in draf lopen met een fijne contactteugel op een tempo dat hij gemakkelijk doorloopt en zich toch niet doodloopt. Een tempo waar hij de meeste balans en ontspanning laat voelen zonder dat je hier heel erg in hoeft te sleutelen. Daarna ga je een stukje galopperen. Niet te klein laat hem maar grote sprongen maken. Dit zorgt ervoor dat het bekken goed tot in de beide eindstanden gaan. Na het galopperen ga je terug naar draf en nu voel je meer veerkracht en zal het paard gemakkelijker bewegen de gewrichten kunnen nu vollediger gaan buigen.
  3. Na 10 min gaan we 5 min lange teugel stappen. Een paard nageeflijk rijden is een statische houding en het paard moet leren om dit voor langere tijd vol te houden. Ga jij je paard 50 min nageeflijk rijden dan weet je dat het zal verzuren in de halsspieren en vermoeid worden, je nageeflijkheid word er minder gemakkelijker op.
  4.  Nu volgt het piekmoment, We hebben tot zover het lichaam voldoende voorbereid om in deze 10 min naar grenzen te mogen werken. En de supercompensatie op te gaan zoeken. Inspanning zorgt voor een hogere hartslag. Het Hart moet nu sneller en meer zuurstof rondpompen. Nu kun je alles net wat zwaarder gaan maken. Inmiddels is je paard goed opgewarmd, zijn de gewrichten ook weer soepel en kunnen ze verder buigen en stretchen.
    Je kunt meer gaan verzamelen , overgangen gaan rijden, je paard meer en meer bij mekaar rijden.
  5. Na het piekmoment ga je over in het uitrijden. We gaan zorgen dat de spieren weer geleidelijk aan langer kunnen worden en het tempo rustiger word . Het lichaam krijgt weer de tijd om op temperatuur te komen. Een lagere temperatuur dan voorheen en de hartslag kan weer gaan zakken. De afvalstoffen die vrijgekomen waren bij het aanspannen van de spieren kunnen nu gemakkelijker het systeem verlaten. Zodat het paard minder gemakkelijk last zal hebben van spierverzuring de volgende dag. De uitgangspositie is dat we dit gaan doen in een lang en laag tempo. Maar niet door onze teugels ineens los te gooien. Stukje bij stukje ga je meer lengte geven en er voor blijven waken dat het paard actief blijft lopen de buikspieren blijft aanspannen en de rug blijft welven.
  6. En het laatste onderdeel in de training is de Cooling down.
    Na de effectieve training zijn we klaar en vaak in ons hoofd ook. We geven lange teugel en beginnen weer met stappen. We hebben helemaal niet in de gaten hoe lang we stappen. Ook dit deeltje is vaak saai en ronden we vaak te snel af.
    Waarom is het belangrijk dat we wel nog 10 min in actief tempo blijven stappen zonder slenteren? In de Cooling down willen we het lichaam nu volledig tot rust te laten komen. De cooling down bestaat uit actief stappen. Net als in de warming up waar je het lichaam wil laten opwarmen gebruik je de cooling down om de lichaamstemperatuur nog meer te laten zakken en de afvalstoffen de kans te geven om beter af te voeren. Hierdoor zal het paard sneller herstellen van inspanningen.

Resultaat van het werken in blokken.

Wanneer jij in je trainingen bewust met blokken gaat werken. Weet je zeker dat je tijdig stopt en niet te lang bezig blijft met 1 en dezelfde oefening. Want vaak te lang hetzelfde doen kost veel energie en kracht.
Wanneer je spieren goed traint ga je eigenlijk kleine stukjes vezels stuk maken en die hebben de nodige tijd nodig om weer te herstellen dit kan van 48 tot 72 u duren. Naderhand in een goed herstelproces is de spier weer sterker geworden en zelfs iets sterker dan voorheen. Dit noemt men supercompensatie. Ga je dan verder in je weekschema je andere specifieke piekmomenten trainen dan komen alle spieren goed aan bot en hebben ze genoeg hersteltijd. En je paard krijgt intussen een super conditie.

Jij kunt dit ook!

Doe onderzoek naar je training.

  • Hoe is deze opgebouwd ?
  • Hoe voelt de aanleuning ?
  • Is jouw paard voorwaarts ?

Succes Oona.

 

 

 

Slinger jij je paard in het rond. Of ga je meer zoeken in de diepte en zoeken naar verschillen en verbeteringen?

Longeren doen we allemaal maar vaak is het een training die we inzetten wanneer we weinig tijd hebben of wanneer we geen zin hebben. En om het paard los te gooien is het ook ideaal “denken we.“ Herken jij het ook ? Omdat we al motivatie missen slingeren we het paard gauw wat rond. De warming up bij longeren schiet er nog gemakkelijker bij in dan bij andere trainingen. En dan word het gauw saai voor de ruiter en blessure gevoelig voor het paard.

Oei wat nu?

Vroeger hoorde ik heel vaak zeggen “ goed longeren is een kunst .” En terecht.
Longeren duurt vaak maar 20 tot max 30 minuten en je kunt met verschillende doeleinden longeren.
Zoals:
– Paard op gaan leiden voor het werk onder het zadel
– conditie verbeteren in 3 gangen
– paard horizontaal en verticaal in balans gaan brengen
– training waarbij het paard geen gewicht moet dragen van een ruiter
– grondwerk gevoeligheidscirkels verbeteren is in feite net hetzelfde al je paard actief maken voor je been
– Cavaletti werk om de benen beter te leren optillen

En al deze verschillende trainingen binnen het longeerwerk hebben als resultaat dat je de links rechts verschillen leert kennen van je paard. Je leert je paard tot in detail kennen en je leert zien hoe jouw paard precies beweegt.

Eerst gaan we het hebben over het harnachement dat we gebruiken tijdens het longeren.

We kunnen gebruik maken van een trainingshalster een hoofdstel of een kaptoom. Mijn voorkeur gaat uit naar de kaptoom. Omdat de longeerlijn rechtstreeks aan het bit vast maken niet gewenst is. Alle druk komt aan 1 zijde aan het bit te hangen en als ze eens gek doen dan krijgen ze een ruk in de mond. Ik houd de mond graag zo lichtgevoelig mogelijk. We combineren vaak met een longeersingel waar je rekbandages aan kunt maken die langs de achterhand doorgaan voor het bewuster worden van de achterhand.

Er word ook nog steeds gelongeerd met hulpteugels en dan hebben bijzetteugels of een longeerhulp mijn voorkeur. Hulpteugels worden in mijn beleving niet gebruikt om het paard in een houding te dwingen dit heeft absoluut niet mijn voorkeur. Maar wanneer de hulpteugels in een lange stand worden gebruikt en uitnodigen voor beter rug gebruik dan kan dit het paard helpen bij het leren aannemen van een contactteugel. Ik vind dat je dit per individu best bekijkt of het noodzakelijk is of niet.

Als longeerzweep maak ik graag gebruik van een menzweep deze zijn lichter in de hand en fijner in het toucheren of aanwijzen met een hulp.
Wanneer ik vanop een korte afstand mijn paard beleid dan gebruik ik een kort dressuur zweepje.
En een longeerlijn natuurlijk van een zachte kwaliteit die fijn in de hand ligt. Ik maak hier altijd op bepaalde plaatsen knopen in omdat ik dan fijner met ophoudingen kan werken net als in het rijden.

Ok kunnen we aan de slag?

Of nee, is er misschien toch nog een voorbereiding die je eigenlijk helpt bij het longeren?
Een longeerpiste natuurlijk. Is een afgebakende rond cirkel genoeg ?
Nee we gaan in de cirkel ter hoogte van de 2 de hoefslag een kleinere perfect ronde volte tekenen met onze voet in het zand. Deze lijn gaan we gebruiken als leidraad in onze longeertraining.

De positie die  het paard aanneemt is aan de buitenzijde van de lijn die we eerder hebben getekend en onze positie is om te beginnen op ongeveer een 1,5 m aan de binnenzijde van de getekende cirkel.

Ok nu kunnen we aan de slag.
Vandaag gaan we het hebben over paard verticaal en horizontaal in balans brengen aan de longe.
En we leiden het paard voorwaarts rond op de volte. En gaan eerst eens observeren als we de volte rond stappen. Wat zien we dan ? Waar valt het paard naar binnen en waar valt het paard naar buiten? Zonder lijn zouden we ons hier niet bewust van zijn. Pas als het paard het uitvergroot zou laten zien dan zien we het wel duidelijk.

Maar om te beginnen gaan we het simpel houden. En werken we met kleine aanwijzingen.

– Als het paard naar binnen valt dan wijzen we met ons kort stokje de voorhand terug naar buiten. Op het moment dat het binnenvoorbeen naar voren stapt .
– Valt het paard naar buiten dan maken we een ophouding naar ons toe op het moment dat het buitenvoorbeen een pas naar voren doet en we vragen de voorhand meer naar binnen.
– De bedoeling is om in begin je paard uit te leggen waar hij moet lopen en als hij goed stapt steeds minder te gaan ingrijpen. Door dit goed te begeleiden gaat het paard steeds beter in balans op de volte gaan lopen.
– Willen we vragen aan het paard om de buiging van de volte beter aan te nemen dan wijzen we naar de buik op het moment dat het binnenachterbeen naar voren komt. Je zegt letterlijk tegen de buik maak je eens hol. In begin zul je dit vaker moeten vragen.
– Om de achterhand actiever te maken en beter te laten ondertreden dan gaan we een aanwijzing richting het binnenachterbeen geven op het moment dat het binnenachterbeen een pas naar voren maakt.

Je kunt de afstand gaan vergroten als je paard op de aanwijzingen in balans goed blijft lopen. En je kunt het in principe in alle gangen goed gaan oefenen maar om te beginnen zul je merken dat het in stap en draf al een hele kunst zal zijn.
En een begin in de eerste stappen van het longeerwerk is gemaakt.
Veel succes
Oona